Het favoriete fragment van... Jos Versteegen
Twee vrienden bij maanlicht

DOOR

Wanneer ik af en toe nog eens grijp naar mijn eerste liefde, Louis Couperus, geef ik er de voorkeur aan om een deel ter hand te nemen met feuilletons. De schrijver is daar huiselijk, familiair, als lezer krijg je het gevoel dat je zijn gast bent. Hoewel we nooit precies zullen weten wat in deze stukken waarheid en verdichtsel is, geven ze vaak een gevoel van authenticiteit en directheid. Het rookgordijn van de fictie, per definitie aanwezig in romans, lijkt opgetrokken.
    Dierbaar zijn mij de feuilletons over Orlando Orlandini, de stoere Italiaanse man die volgens Bastet is getekend naar Giulio Lodomez, een Italiaan met wie Couperus omging. Wanneer ik de teksten over Orlando lees, krijg ik het gevoel: dit is echt. Hier ben ik Couperus en zijn dagelijks leven wel heel dicht genaderd. ‘De lof der luiheid’ is zo’n reeks vertellingen waarin Orlando een hoofdrol speelt. Hoe sensueel wordt hij beschreven:

Orlando ligt lang uit. Hij ligt uitgestrekt op den langen stoel, zijn donker hoofd tegen een rood leêren kussen en nooit heb ik zoo een rust bewonderd als in de houding van Orlando. Hij is de kalme, harmonische rust. Hij zoû op dit oogenblik kunnen pozeeren voor den god van de rust. Zijn groot, mooi, sterk lichaam ligt lang uit, op den rug; zijn donkere haren en verbruind gezicht komen prachtig uit op het lichtere rood leêren kussen; zijn eene sterke hand hangt af van de leuning van den stoel; zijn andere houdt de sigarette aan zijn lippen. Zijn oogen zien recht voor zich uit, naar den zilverigen beker der zee daar ginds. Zijn oogleden knippen soms zachtjes. Hij blaast kalm de rook uit. Zijn adem gaat regelmatig en zijn borst is heel breed in zijn slappe hemd, waarlangs zijn flanellen jas wegvalt, ontdekkend de breed leêren bretels, die vast geknoopt zijn aan den heel hoogen band van zijn broek. In zijn houding van volmaakte rust, blijft hij er sterk, gezond en daarom harmonisch uitzien.

33
Dat is al fraai, maar het wordt nog mooier als de twee mannen bij avond een olijfgaard inlopen, een locus amoenus van het zuiverste water: ‘Het maanlicht zilvert over de ronde olijvekruinen, en, als altijd, doen de fulpen cypressen tegen de nachtlucht mij aan met een hevige aandoening van schoonheid.’ Het tweetal gaat op een verbrokkeld muurtje zitten, Louis leunt tegen Orlando en zwijgt. Daarna volgt mijn favoriete fragment:

- Zit je goed? vraagt Orlando.
- Ja.
- Vindt je de cypressen mooi?
- Ja.
Zijn stem heeft een beetje gespot. Ik sluit mijn oogen.
- Slaap! zegt Orlando, en drukt mij tegen zich.
… Dit even nu vast te houden. Een oogenblik rust te hebben in mijn bewegelijke, veranderlijke ziel. Niemand dan Orlando kan het mij geven. Slaap, heeft hij gezegd, meer uit liefkoozing, dan uit ernst. Maar niet IK… HIJ slaapt binnen twee minuten, tegen mij aan, zijn hoofd tegen mijn hoofd. Wat is hij kalm, wat slaapt hij kalm! Wat is het heerlijk, zóo kalm te zijn! Het is bijna niet van de wereld. Het is als iets bovenaardsch. Hoe regelmatig gaat zijn korte adem. Hoe kan je, zoo in eens, slapen! En zelve héel kalm geworden, verroer ik mij niet, en zie naar de cypressen. Ik voel mij, bijna, gelukkig. Maar op den grond van mijn ziel blijft iets trillen, een weemoed… en een nooit te stillen onrust… naar verandering, naar verandering… Ik ben het, die opzucht en Orlando wordt wakker.
- Heb je geslapen? vraagt hij.
Ik lach. Hij lacht ook.

Uit: ‘De lof der luiheid I’, Van en over mijzelf en anderen. Volledige Werken Louis Couperus, deel 27, p.67-68.

Ik vind Louis Couperus een moedig man. In 1905-1906 publiceerde hij zijn historische roman De berg van licht, die zindert van de homo-erotiek. Het is bijna niet te geloven dat hij juist in die jaren dat boek durfde uit te brengen, terwijl Jacob Israël de Haan vlak daarvoor, in 1904, stevige moeilijkheden had gekregen door het homoseksuele karakter van zijn roman Pijpelijntjes. En hier, in het feuilleton ‘De lof der luiheid’, haalt Couperus het waagstuk uit om een tedere homo-erotische sfeer in het heden op te roepen, met hemzelf als hoofdpersoon naast Orlando Orlandini. Uitwijken naar een verre geschiedenis met een exotische priester-keizer was niet eens meer nodig. Directer en eerlijker kon hij niet zijn.

Dit is het veertiende deel in de serie ‘Het favoriete fragment van...’, waarin verschillende auteurs hun licht laten schijnen op de mooiste, ontroerendste of opmerkelijkste passage uit het werk van Louis Couperus. Jos Versteegen is dichter. Onlangs verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam zijn jongste dichtbundel Slapen bij een warme man.

(Uit: Arabesken 17 (2009), nr.33, p.32-33.)