Jubileum levendig en in stijl gevierd
Louis Couperus Genootschap vijftien jaar

Dit jaar mocht het Louis Couperus Genootschap zijn derde lustrum vieren. Op zondag 16 maart 2008 was, net als vijf jaar eerder, het Kurhaus te Scheveningen het decor van een feestelijke dag. De belangstelling en waardering voor de schrijver bleken ook nu weer groot.

DOOR

Het was een dag zoals Couperus die had kunnen beschrijven in één van zijn Haagse romans: Scheveningen werd overkoepeld door een eindeloos wolkendek, waaruit bijna onophoudelijk regen kletterde. Binnen in het Kurhaus was van een melancholieke sfeer echter weinig te merken. Het gaat immers goed met het Genootschap. Dat bleek ook uit het welkomstpraatje van voorzitter Hans Kreuzen, die kon melden dat het aantal donateurs de afgelopen vijf jaar fors is gestegen. De teller staat nu op 560.

11
Er waren op deze dag vier lezingen gepland die niet zozeer betrekking hadden op de inhoud van Couperus’ werk, maar op enkele onderwerpen ‘eromheen’: waar hij schreef, het verzamelen van wat hij schreef (of bezat) en het bewerken van wat hij schreef.

Over Indië, het literaire object en Couperus verzamelen
De eerste spreker was Karin Peterson, oud-voorzitter van het genootschap. In Arabesken waren reeds enkele van de 140 foto’s in openbaarheid gebracht die in eigendom zijn van de achterkleinzoon van André Salmon, de resident van Pasoeroean, de plaats die Couperus in De stille kracht omvormde tot Laboewangi. Hij schreef zijn Indische roman in deze residentie tijdens een verblijf bij zijn zwager Gerard Valette, de opvolger van Salmon. Aan de hand van de foto’s vertelde Peterson over Pasoeroean, over de plaatsen die erop staan afgebeeld, de bevolking, de huizen, over de wandeling die resident Van Oudijck in de roman maakt en over zijn uitstapjes, waarin de Javaanse natuur een hoofdrol speelde. De prachtige foto’s die Petersons lezing begeleidden, fraai in beeld gebracht door vormgever Pim Oxener, gaven sterk de sfeer weer van het Indië tijdens Couperus’ tweede verblijf in de kolonie, in 1899-1900.
    Hierna was het woord aan Piet van Winden, voormalig eigenaar van AioloZ te Leiden. Dit antiquariaat, dat inmiddels door goede handen is overgenomen, is al vele jaren prominent op het gebied van handel in oude boeken, handschriften en andere bijzondere literaire objecten. Zo werd enige tijd geleden de zeilboot van Karel van het Reve door het antiquariaat verkocht. Van Windens aantrekkelijke lezing, die in aangepaste vorm in deze Arabesken staat afgedrukt, bood een helder antwoord op de vraag wat de wezenlijke waarde is van antiquarische voorwerpen.

12
De ochtend werd afgesloten door Anton Korteweg, directeur van het Letterkundig Museum. Eerst vertoonde hij een korte film over de collectie Sine Qua Non van wijlen J.A. Eekhof, waarin de bekende verzamelaar ook zelf aan het woord kwam. Vervolgens noemde hij de vier vereisten voor het verzamelen van een collectie zoals Eekhof die heeft opgebouwd: geld, tijd, vrienden en kennis van zaken. Volgens Korteweg voldeed Eekhof aan al deze voorwaarden. Hij voegde daaraan toe dat particuliere verzamelingen in het algemeen vollediger zijn dan die van instellingen als het Letterkundig Museum. Dit richt zich hoofdzakelijk op handschriften en brieven, de Koninklijke Bibliotheek alleen op boeken, terwijl een fanatieke particulier alles verzamelt, ook prullaria.

Lunch en boekenpresentatie
De luxueuze lunch vond plaats in de Kurzaal. Dat de bediening van het voor- en hoofdgerecht niet erg vlot was en dat zich voor het dessertbuffet aanhoudend een rij vormde, waardoor pas een uur later dan gepland het programma werd voortgezet, kon de sfeer in deze schitterende ambiance niet schaden.
    Twee boeken werden gepresenteerd: als eerste een nieuwe, van illustraties voorziene druk van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... De bezorger van deze uitgave, H. T. M. van Vliet, sprak een woord over de roman, waarin volgens hem het noodlot ligt verankerd in het feit dat de personages niet zijn gericht op het heden, maar op het verleden dan wel de toekomst, zodat zij niet in staat zijn van het heden te genieten. Verder wijdde Van Vliet uit over de ontstaansgeschiedenis van de roman, de publicatie en het magere succes ervan, dat Couperus deed besluiten geen romans meer te schrijven.
    Van Maarten Kleins Van oude menschen en hun geheim werden twee eerste exemplaren uitgereikt aan de twee oudste donateurs van het genootschap. Het boekje, een uitgave van het Louis Couperus Genootschap in samenwerking met de Haagse boekhandel Paagman, is een gedetailleerde beschouwing op de laatste Haagse roman van Couperus.

13
Film- en toneelbewerkingen
Klein mocht op het podium blijven staan voor zijn lezing over de verschillende bewerkingen voor film en toneel die van het werk van Couperus zijn gemaakt. Eerst vormde een recensie van Lex van Deldens filmversie van Noodlot uit 1982 het mikpunt van Kleins spot; dit om aan te geven hoe verkeerd en onzorgvuldig de interpretatie van de criticus was.
    De bewerking die deze middag de meeste aandacht kreeg, was die van Eline Vere uit 1991 van Harry Kümel, naar het scenario van Jan Blokker. Klein maakte duidelijk dat twee kenmerken in deze roman van Couperus overheersen: de standenmaatschappij en het naturalisme. Het Den Haag dat Couperus beschrijft, had deze kenmerken als geen andere omgeving. Daarom voelde Eline zich op de Veluwe zoveel beter dan in de hofstad, net als Lot uit Van oude menschen Nice prefereert boven Den Haag. Eline gaat ten onder doordat haar genen niet overeenstemmen met de zeden en gewoonten in haar woonplaats. De makers van de film lijken deze essentiële punten in de interpretatie van de roman niet te hebben begrepen, aldus Klein. Enkele lange fragmenten van de film verbeeldden enkele van zijn bezwaren tegen de film: deze draait te veel om Eline en te weinig om de andere figuren. Ook vroeg Klein zich af waarom Vincent en St. Clare in de film als homoseksuelen worden neergezet. Volgens hem geeft de roman daartoe geen enkele aanleiding.
    Ook de toneelbewerking van Van oude menschen… van de hand van Willem Jan Otten uit 1999, opgevoerd onder regie van Ger Thijs, week in Kleins ogen te veel af van de roman. Hij wierp daarbij de vraag op of iemand die geboeid is door het oorspronkelijke verhaal maar daar veel aan wil sleutelen niet beter een nieuw, eigen stuk kan schrijven met dezelfde thematiek. In Thijs’ bewerking van De boeken der kleine zielen miste Klein vooral alles wat in de roman wordt verteld door de alwetende verteller. Thijs had bijna uitsluitend de dialogen uit het boek gebruikt, waardoor de toneelversie nogal als los zand aan elkaar hing. Dit in tegenstelling tot de televisieserie uit 1969, waarvan een fragment aantoonde dat daarin personages de kijker geregeld veel informatie uit de roman in gecomprimeerde vorm aanreiken.

14
Het meeste vuur spuwde Klein naar Léon van der Sandens toneelbewerking van Eline Vere, die tot maart van dit jaar is opgevoerd door het Nationale Toneel. Korte fragmenten uit het stuk illustreerden Kleins oordeel. De bewerking was te scenisch, Eline stond te veel centraal, de Veluwe (en daarmee het geluk dat ze hier beleeft) was zo goed als weggelaten en, het ergst van al: niets van de roman was op het toneel herkenbaar. Het stuk, zo meende Klein, had niets met Couperus te maken. Wel moest hij toegeven dat vertrouwdheid met het originele werk bijna altijd een hindernis vormt en dat iemand die er onbekend mee is altijd opener tegenover een bewerking staat.
    De televisieseries De stille kracht (1974) en Van oude menschen… (1975) van Walter van der Kamp konden daarentegen op lof van de spreker rekenen, onder meer omdat daarin de romans van Couperus hierin goed te herkennen waren. Om de middag positief te eindigen trakteerde Klein de zaal op een scène uit de film Eline Vere die volgens hem wél geslaagd was, namelijk die waarin Eline Fabrice in zijn ware verschijning ziet optreden en thuis ontgoocheld zijn foto’s in de open haard gooit. Van ontgoocheling was bij onze donateurs gelukkig niets te merken. Afgaand op de gemoedelijke en geanimeerde, met champagne gelardeerde nazit op de galerij van de Kurzaal hebben zij zich deze dag uitstekend vermaakt.

(Uit: Arabesken 16 (2008), nr.31, p.10-14.)