Dierbare verliefde ezel,

DOOR 

Een kleine roman noemde de grote schrijver Couperus zijn portret van jou, maar wat dacht hij? Dat hij met de beschrijving van wat gebalk en hoef getrappel het liefdesverdriet van een ezel onder woorden kon brengen?
    Ik heb hem bewonderd, de grote Louis, en ik doe dat nog, maar ik zou wensen dat ik hem kon meenemen naar jouw ezelveld hoog in de bergen, waar jij je leven slijt. Kon ik hem maar uitnodigen om één enkele nacht in jouw gezelschap door te brengen tussen de steeneiken en bremstruiken, bedwelmd door de geur van wilde tijm, die de lucht vervult. Misschien zou hij dan iets begrijpen van wat jou bezielt wanneer de liefdesdrift bezit van je neemt, en zou hij zien wat echte verliefdheid in een ezellichaam teweegbrengt zodra de maan boven de heuvels verschijnt.
    Daar heeft de grote schrijver weinig kaas van gegeten – liever schreef ik ‘distels’, want het is juist dat stekelige plantje dat door zijn branderige natuur in staat is jouw gevoelens los te woelen. Ik kan het weten, want ik heb meegemaakt hoe – zodra de volle maan de hemel verlichtte – de ware ezelpassie in je losbrak. Wanneer ik je gezelschap kwam houden en van ver je naam liet klinken, stond je even vastgenageld aan de grond. Maar al spoedig zag ik je schaduw naderbij komen, een kort ogenblik bleven we dan bewegingloos tegenover elkaar staan, en al gauw kon je je niet meer bedwingen en welde er vanuit de diepte van je lijf een eerste – nog behoedzaam – gebalk omhoog. Geen luid gebalk, geen willekeurig gejammer, zoals dat wel eens wil opklinken als je een tijdlang alleen gelaten aan een boom vastgebonden de tijd moet zien uit te zingen. Nee, eerder klinkt het aanzwellen daarvan als uiting van muzikale tekens die je al snuivend de ruimte in blaast. Langs je huid en hals leggen de trillingen van jouw zogeheten gebalk hun weg af om ten slotte in indrukwekkende klanken te worden getransformeerd.
    Een ezel in het leven van de beroemde Haagse schrijver integreren? Het zou een te moeilijke opgave voor hem zijn geweest, een opgave die de schrijver nog niet in studie had genomen.
    Wonderlijk: nooit ben ik erin geslaagd jou met je ogen dicht te betrappen. Evenmin is het mij gelukt hun uitdrukking te lezen. Eerder zijn het je oren en neusgaten die je gelaatsuitdrukking bepalen. Die oren! Met hun fabelachtig rolmechanisme, waardoor ze naar alle kanten kunnen bewegen – zelfs onafhankelijk van elkaar, zodat het linkeroor de geluiden uit het noorden en het rechteroor de geluiden uit het zuiden tegelijkertijd kunnen opvangen. Kelken zijn het: van binnen bekleed met haartjes als van een vleesetende plant en met diepe schachten om geluiden op te slurpen die als lichtende vonken van bewustzijn door die benige schedel gaan en iets oproepen – ja, van wat…?

21
Louis Couperus had eens van dichtbij moeten meemaken welke emoties het zijn die jou, mijn ezel, onaangekondigd je neusgaten doen sperren en de bek openen met het formidabele gele tandengeweld ontbloot. Hij zou getuige zijn geweest van een vulkanisch gebeuren, een vulkaan die zichzelf oplaadt alvorens tot uitbarsting te komen. Op andere momenten lijkt jouw gebalk op het knersen en piepen van het zwengelen van een pomp, stijgend in toonhoogte tot het moment van ontlading: een gebalk dat gepaard gaat met een vooruitgestrekte kinnebak en een houterig drafje, om dan even plotseling als het begonnen is te eindigen.
    ‘God was een Ezel en hield veel van mij’, schreef Gerard Reve. Daar is toen een hele storm over opgestoken, over de verwachting dat God op aarde zou wederkeren in de gedaante van een ezel, miskend, verguisd en geranseld, maar Gerard zou Hem herkennen en één worden met God, zich in zijn liefde met Hem verenigend.
    Ik geef het toe: vanuit een bepaalde gezichtshoek gezien zijn jullie, ezels, nauwelijks interessant. Jullie gaan met je frustraties niet naar de psychiater, plegen geen zelfmoord en evenmin gaan jullie de politiek in (hoewel talloze ezels zich daarin begeven). Maar nee, zoals de grote schrijver jouw natuur in De verliefde ezel beschrijft…het komt mij voor dat hij nooit echt geprobeerd heeft iets van je wonderbaarlijke karakter te begrijpen.
    Jouw klanken waren als balsem voor mijn miezerige oren en je gesnuif verdient het om door Louis Andriessen op snaren te worden gezet. Een hele fanfare van koperblazers zou de lucht in moeten worden gestuurd, zodat de vluchtige wolken mee kunnen deinen op wat jouw ezellijf bezielt.
    Ik beken het: om mij uit te dagen bood je mij je lippen aan en ik was verrast toen ik merkte hoe teder je jouw lippen langs mijn huid liet glijden. Aanvankelijk kwam je nog enigszins timide op mij over, maar toen je je eenmaal liet gaan, wist je van geen ophouden. Steeds opnieuw laafde ik mij aan de wellust van jouw gevoelens. Ons mensen vond je wat beperkt en onervaren, maar als je je best doet (zei je) en je ontspant je een beetje (zo zei je dat), zal er iets in je wakker worden dat een begin van verliefdheid zou kunnen betekenen. Ik vouwde mijn handen rond je nek en met mijn vingertoppen tastte ik langs de haartjes van je hals, met het gevolg dat er onverwachts uit mij een voorzichtig balkje opwelde. Maar plotseling kreeg je genoeg van me en in een drafje onder de steeneik door verdween je op een goochelachtige wijze in de dikke maanlichtdampen.
    Een liefdesdans? Op muziek van een voor mijn oren Tangerine Dream, een supersonisch zingen van licht. Waar houdt een mens op en begint een dier? Ik zie ons voor me als een Chagallplaatje: Vrouw met ezel in maannacht. Het mankeerde er nog maar aan dat wij door de kruin van de steeneik zouden wegzweven.
    Ik hoop dat de door mij zo bewonderde meneer Couperus, grootmeester van onze taal, van mij wil leren dat de verliefdheid van een ezel ver uitstijgt boven het gebalk dat hij jou met zo weinig woorden in de mond heeft gelegd.

Ik neem afscheid van je met een innige omhelzing. Het ga je goed,

Inez van Dullemen

Inez van Dullemen is schrijfster. Ze schreef romans (o.a. Vroeger is dood uit 1976), verslagen over reizen en verblijven in het buitenland, en boeken over historische figuren (onder andere Het land van rood en zwart uit 1993, bekroond met de Henriette Roland Holstprijs). Voor haar hele oeuvre ontving zij in 1989 de Anna Bijns Prijs.

(Uit: Arabesken 21 (2013), nr.42, p.20-21.)