Skip to main content
Thema's

De taal van Couperus

Op deze themapagina vindt u, aan de hand van voorbeelden, informatie over taalgebruik en stijlfiguren in het werk van Louis Couperus.

Synesthesie

“en over deze lijnen en tinten en onder dezen nachtenden hemel van onuitsprekelijke teederheid tampen de zilveren klankereeksen der klokken omhoog en zingen zij het: AVE MARIA hier en antwoorden zij daar met het: ECCE ANCILLA DOMINI… “ (Uit blanke steden onder blauwe lucht, Verzamelde Werken Louis Couperus 33, p. 82)

Dit fragment uit Louis Couperus’ beschrijving van Florence bevat een bijzonder stijlfiguur. De woordgroep “zilveren klankereeksen der klokken” bestaat uit een synesthetische verbinding, een stijlfiguur dat in Couperus’ tijd regelmatig door literair auteurs werd toegepast. 

Synesthesie is het verschijnsel waarbij indrukken van het ene zintuig op het andere worden overgedragen. Zo zijn er mensen die een zekere kleur voor zich zien bij het horen van bepaalde muziek. Synesthesie wordt ook in taal uitgedrukt en als stijlfiguur toegepast. Het gaat dan om een vorm van metaforisch taalgebruik waarbij termen uit verschillende zintuiglijke gebieden met elkaar worden verbonden. Bekende voorbeelden van synesthesie zijn: ‘schreeuwende kleuren’, ‘een bittere blik’ en ‘een warme stem’. De synesthetische verbindingen uit Couperus’ werk zijn misschien minder ingeburgerd dan deze voorbeelden. Toch kunnen we ze snel herkennen, zoals in bovenstaand fragment, waar kleur (‘zilveren’) wordt gecombineerd met geluid (‘klankereeksen’). 

Nu zou je je kunnen afvragen waarom Couperus hier het woord ‘zilveren’ heeft gebruikt, want het is niet aannemelijk dat de klokken die hij noemt echt uit dit edelmetaal waren vervaardigd. Couperus duidt met de woorden “zilveren klankereeksen” dus niet het materiaal van de klokken aan. Aannemelijker is dat Couperus ‘zilveren’ gebruikt om een positieve, waardevolle lading te geven aan de klanken. Zilver kan bovendien geassocieerd worden met iets dat heel licht, glanzend en helder is. Bij de synesthetische verbinding “zilveren klankereeksen” denken we kortom aan helder, licht, zuiver geluid uit hogere sferen. In combinatie met de “nachtende hemel” die Couperus beschrijft zou je als lezer ook de schittering van maan en sterren voor je kunnen zien. 

Hoe dan ook, waarschijnlijk heeft Couperus het luiden van de klokken in de avondhemel van Florence beleefd als een zeer mooie, intense zintuiglijke ervaring. Met behulp van het stijlfiguur van de synesthesie probeert hij de lezer iets van deze sensatie te laten ervaren.

Meer lezen over synesthesie bij Couperus?

Schermer-Vermeer, I. “Geuren en kleuren. De rol van synesthesie in Eline Vere”. In: Arabesken 50 (2017): 9-16.

Bronnen: 

  • Groot Retorisch Woordenboek
  • Literair Mechaniek
  • Kemperink, M.G. "De kuise plooien van haar witte gewaad. Metaforen in het fin-de-siècle-proza." Nederlandse Letterkunde 1 (1997): 2-28.

Neologismen: Kleurennamen

“Het lag aan den zoom van de heide, die in Augustus paars purperde onder de zon. Het lag tegen het donker groene sparrenbosch, dat in den avond somberde onder de maan. Het was een buiten met eenig domein er om heen; het was geen kasteel maar er was toch een gracht om en de boeren noemden het wèl eens ‘het kasteel’, maar zij noemden het meestal ‘het Spookhuis’.” (Legende, mythe en fantazie, Volledige Werken Louis Couperus 38, p. 48)

In het bovenstaande fragment speelt Couperus met twee onbestaande woorden, namelijk ‘purperde’ en ‘somberde’. Dit zijn neologismen te noemen. Onder neologismen verstaan we nieuwe woorden en nieuw gevormde woorden (uit bestaande woorden of woorddelen). ‘Purper’ en ‘somber’ zijn geen werkwoorden, maar worden in deze context, door Couperus zo aangebracht, wel zo gebruikt.

Couperus gebruikt het woord ‘purperen’ op meerdere plaatsen in zijn werk en hield veel van de kleur paars. Toch heeft purper vaak een negatieve of mysterieuze connotatie, en wordt geplaatst naast ‘somber’ en ‘bloed’. Het verwijst zowel naar de kleur rood als de kleur paars en alle kleuren daar tussenin.

Neologismen hebben verschillende functies, waaronder: ‘purisme’ om het gebruik van leenwoorden te voorkomen, om een bepaalde humoristische toon te zetten, om nieuwe zaken of begrippen te benoemen (waarvoor nog geen specifiek woord bestaat) en ontregeling of verwarring. Daarnaast kan een neologisme een expressie zijn van individuele creativiteit en originaliteit. Een nieuw woord kan soms treffender beschrijven wat juist deze auteur naar voren wil brengen. In het bovenstaande fragment helpt het bij het beschrijven van een bepaalde sfeer, een levendigheid of levenskracht in de directe omgeving. De heide is niet passief, maar ‘purpert’, leeft dus. Hetzelfde geldt voor het bos. Het heeft niet alleen een sombere aanblik (voor de toeschouwer) maar draagt de somberheid zelf uit.

Zie voor meer informatie:

Paarse heide

Inversie

“Om vooral niet merken te laten, dat de kleine wandeling hem was zijn sport en zijn inspanning, véél sport en veel inspanning voor zijn niet meer dan nerveuze krachten, moest hij wel overdenken iedere stap, maar hij slaagde er in als zonder moeite te lopen, stijfrecht: en hij bestudeerde zich in de spiegelramen van de rez-de-chaussée der huizen.” (Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan, Volledige Werken Louis Couperus 25, p. 32)

In bovenstaand fragment schetst Couperus de manier waarop de oude heer Takma door Den Haag wandelt. Wat hier direct opvalt zijn de inversies, de afwijkingen van de gewone volgorde van de zin. Couperus past inversie als stijlfiguur regelmatig toe, waarbij hij zich niet beperkt tot beschrijvingen van personages: ook boektitels kunnen een ongewone woordvolgorde bevatten. Denk bijvoorbeeld aan de titel van het werk waaruit dit fragment afkomstig is: Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan

Maar wat is in bovenstaande beschrijving nu eigenlijk het effect van de inversies? Waarom zou Couperus ‘niet merken te laten’ schrijven in plaats van ‘niet te laten merken’? En waarom staat er ‘moest hij wel overdenken iedere stap’ en niet ‘moest hij iedere stap wel overdenken’? 

Allereerst kunnen we opmerken dat verplaatsing van zinsdelen ervoor zorgt dat ze worden uitgelicht. De zinsdelen die naar achter zijn geschoven, zoals ‘zijn sport en zijn inspanning’ en ‘iedere stap’, krijgen extra nadruk. Door inversie toe te passen benadrukt Couperus dus dat Takma echt bij iedere stap moest nadenken, zoveel moeite kost het hem om als een heer door Den Haag te lopen. 

Een ander effect van de inversies is de frasering van de zin; het worden losse stukjes met pauzes ertussen. Hierdoor krijgt het proza een ander, in dit geval hakkelig, ritme. De zin loopt niet soepel: het kost enige inspanning om hem te lezen, zoals het Takma inspanning kost om rechtop te lopen. Dit houterige effect is misschien wel het grootst wanneer de zin hardop wordt voorgelezen. Dan kunnen we daadwerkelijk horen hoeveel moeite Takma had om zich ‘stijfrecht’ door Den Haag te bewegen, waardoor we dit tafereel nóg duidelijker voor ons kunnen zien. 

Bron:
Oostendorp, Marc van. “De kunstmatige spreektaal van Louis Couperus”. In: Couperus Cahier XIV De taal van Couperus (2014): 19-29. [Niet meer leverbaar]

Het bruggetje van Takma