Skip to main content
Arabesken

Arabesken 59 juli 2022

Met heel veel plezier neem ik het hoofdredacteurschap van Hester Meuleman over. Niet alleen Hester, maar ook onze beeldredacteur Stan Braam, neemt helaas afscheid van de redactie.

Met heel veel plezier neem ik het hoofdredacteurschap van Hester Meuleman over. Niet alleen Hester, maar ook onze beeldredacteur Stan Braam, neemt helaas afscheid. In Couperus’ tijd kon je nog een loopje nemen met de auteursrechten op beelden en foto’s, zo viel te lezen in de vorige Arabesken. Maar daar kom je nu niet meer mee weg. Een beeldredacteur kunnen we dus niet missen (natuurlijk ook om meer redenen dan deze). We zijn dus erg blij dat Stan een enthousiaste opvolger heeft voorgedragen: Rianne Piening. Hester en Stan: heel hartelijk dank voor al jullie werk voor Arabesken!

Het is de allereerste keer dat ik hier namens de redactie een nieuw nummer van Arabesken mag presenteren. Je zou denken dat je allereerste keren het best zou onthouden. Helaas heb ik geen mooie of geestige anekdote over de eerste keer dat ik iets van Couperus las. Eerlijk gezegd greep het me niet direct. Ik denk dat je het zoals veel interessante en mooie dingen in het leven, moet leren waarderen. In de loop der jaren ging ik steeds beter zien en lezen wat er zo goed aan is aan zijn werken groeide mijn enthousiasme en de liefde ervoor.
Net als me dat bij Reve grotendeels ontging, zag ik toen ik jong was niet zo goed de humoristische kant van Couperus. Het is dan ook niet schuddebuikend of schaterlachend lezen, maar meer met een milde glimlach. Met zachte spot en een weemoedige humor bezag Couperus de mensen en zichzelf, of zoals hij zei: met ‘[...] een stille glimlach om alles wat we doen en zijn [...]’. De luchtige en ironische kant is vooral terug te vinden in zijn reisverhalen, schetsen en anekdotes over zichzelf en anderen. In het artikel van Simon Mulder, waarin hij literaire grootheden Oscar Wilde en Louis Couperus met elkaar vergelijkt, komen de geestige ontmoetingen van Couperus met de Oscar-Wilde-vrouw en Dorian Gray voorbij. Maar ook in Couperus’ romans is de ironie vaak niet ver weg. Zijn meest ironische roman is waarschijnlijk De boeken der kleine zielen, waarin een kleinzielig, zogenaamd chique familiekliekje door Couperus in zijn hemd wordt gezet. Ina Schermer schreef hier een mooi artikel over. Ze laat zien hoe Couperus humor gebruikt om dit Haagse milieu te beschrijven en de personages te typeren. Humor scheidt volgens haar de sympathieke van de onsympathieke personages. In De boeken der kleine zielen wordt ook veel gefietst, vooral door Henri van der Welcke. Niet alleen vader Van der Welcke houdt van de vaart van het fietsen en de afstanden die je ermee kunt afleggen, maar ook zoon Addy is fervent fietser. Het brengt vader en zoon nader. Zij fietsen samen als kameraden. Dit valt te lezen in het interessante en vaak geestige artikel van Ruth Koops van ’t Jagt over de fiets in de literatuur.
Wij hopen dan ook dat deze Arabesken een (stille) glimlach op uw gezicht tovert. Daarnaast zijn er de vaste rubrieken en een stuk over de vernieuwde website. En we hebben natuurlijk een winnaar van de Couperuspuzzel uit de vorige Arabesken!

Namens het bestuur en de redactie,
Annette Postma
PS: En zet alvast zaterdag 15 oktober in uw agenda: dan is onze genootschapsdag.